ECLI:NL:CRVB:2007:BA6199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Handhaving afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijk verblijfadres
Betrokkene heeft meerdere keren bijstand aangevraagd bij de gemeente Alkmaar, waarbij de aanvragen werden afgewezen omdat niet aannemelijk was dat hij daadwerkelijk woonde op het opgegeven adres. De rechtbank had het besluit van 11 april 2005 vernietigd en appellant opgedragen een nieuw besluit te nemen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat appellant terecht het standpunt heeft gewijzigd en dat betrokkene niet voldeed aan zijn inlichtingenverplichting omdat hij geen duidelijke woonplaats kon aantonen.
De Raad baseert zich op concrete feiten en omstandigheden, waaronder het niet afhalen van aangetekende brieven, de registratie bij de Belastingdienst en het ambtshalve wijzigen van de verblijfplaats in de gemeentelijke basisadministratie naar 'onbekend'. Betrokkene heeft pas in maart 2005 officieel zijn verhuizing gemeld.
De stelling van betrokkene dat psychische klachten hem belemmerden wordt niet onderbouwd met objectieve medische gegevens. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het besluit van 11 april 2005 ongegrond. Tevens wordt het besluit van 28 juni 2006 vernietigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 11 april 2005 wordt ongegrond verklaard en het besluit van 28 juni 2006 vernietigd.