ECLI:NL:CRVB:2007:BA6248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over beëindiging WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 13 juni 2002, dat zijn WAO-uitkering beëindigde omdat zijn arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, steunend op een deskundigenrapport van dr. R.M. Bloem uit 2003. In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met zijn opmerkingen over beperkingen aan zijn linkerhand.
De Centrale Raad van Beroep liet de deskundige Bloem opnieuw onderzoeken en rapporteren. In het nieuwe rapport van januari 2007 stelde de deskundige dat de functies van electronicamonteur, bestelautochauffeur en chauffeur personenbusje niet geschikt waren voor appellant, maar andere functies wel. De Raad volgde het oordeel van de deskundige, omdat er geen bijzondere omstandigheden waren om daarvan af te wijken.
De Raad vernietigde het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank, en beval het UWV een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, met vergoeding van proceskosten aan appellant.