ECLI:NL:CRVB:2007:BA6275
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-Van Dijk
- C.P.M. van de Kerkhof
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit na herziening arbeidsongeschiktheid
Appellant viel in augustus 1999 uit wegens psychische klachten en kreeg vanaf augustus 2000 een WAO-uitkering toegekend op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid. In september 2002 werd deze mate door het UWV verlaagd naar 65-80%, maar dit besluit werd in juni 2003 herroepen vanwege verouderde medische gegevens, waarna de uitkering op 80-100% bleef.
Het UWV verklaarde het bezwaar tegen de herziening in april 2004 ongegrond, gesteund op medische rapporten van verzekeringsarts Sabel en bezwaarverzekeringsarts Van den Bold. De rechtbank Roermond oordeelde dat het besluit voldoende medisch en arbeidskundig was onderbouwd en wees het beroep af.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en merkt op dat appellant geen nieuwe medische informatie heeft ingebracht die het oordeel zou kunnen veranderen. De Raad wijst ook de bezwaren van appellant over de uitlooptermijn en het optellen van arbeidsplaatsen af, en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.