ECLI:NL:CRVB:2007:BA6356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig zelfstandig kok en hotel-restauranthouder, kreeg een WAZ-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV trok deze uitkering per 11 april 2004 in, omdat volgens hen niet was voldaan aan de vereiste periode van 52 weken onafgebroken toegenomen arbeidsongeschiktheid vanaf 1 november 2002.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische beperkingen niet waren onderschat en dat de arbeidsongeschiktheid terecht op minder dan 25% was vastgesteld. In hoger beroep bracht appellant nieuwe medische stukken in die volgens hem een ernstiger beperking aantonen.
De Raad volgde echter de medische en arbeidskundige rapporten van de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige, die stelden dat de beperkingen correct waren vastgesteld en de voorgehouden functies geschikt waren. Het besluit werd vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, Awb, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.