ECLI:NL:CRVB:2007:BA6363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering na herziening arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het UWV waarin zijn arbeidsongeschiktheid werd herzien en onverschuldigd betaalde WAO-uitkeringen werden teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat hij te veel uitkering ontving. Appellant gaf weliswaar wijzigingen in zijn arbeidsuren door, maar dit deed niet af aan de terugvordering.
In hoger beroep bracht appellant geen nieuwe relevante gronden naar voren. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank volledig en stelde dat eventuele fouten van het UWV geen dringende reden vormen om af te zien van terugvordering. Daarnaast wees de Raad een verzoek tot proceskostenveroordeling af.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Hiermee blijft de terugvordering van € 5.197,53 onverminderd van kracht. De uitspraak is gedaan door rechter J. Brand en uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2007.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en terugvordering van onverschuldigde WAO-uitkering bevestigd.