ECLI:NL:CRVB:2007:BA6371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering bij vermeende toename beperkingen door dezelfde ziekteoorzaak
In deze zaak betwist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) het oordeel van de rechtbank Maastricht dat onvoldoende is gemotiveerd waarom er geen sprake zou zijn van toegenomen beperkingen aan de rechterpols en ten gevolge van een oogziekte als gevolg van dezelfde ziekteoorzaak.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat herziening van een WAO-uitkering niet plaatsvindt indien de toename van arbeidsongeschiktheid kennelijk voortkomt uit een andere oorzaak dan de oorspronkelijke. De Raad acht de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en -arbeidsdeskundige voldoende gemotiveerd en concludeert dat de toegenomen beperkingen, met name de duizeligheidsklachten, niet voortkomen uit dezelfde ziekteoorzaak.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het UWV gegrond. Het bestreden besluit wordt daarmee in stand gelaten. De Raad ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De beslissing is genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 juni 2007 na behandeling van het hoger beroep dat betrekking heeft op de herziening van een WAO-uitkering.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.