ECLI:NL:CRVB:2007:BA6383
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen werk ondanks psychische en lichamelijke klachten
Appellante verrichtte sinds oktober 2003 uitzendwerk als steksteekster, maar viel in januari 2004 uit wegens psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde haar per 24 juni 2004 geschikt voor haar eigen werk en beëindigde het ziekengeld. Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij niet in staat was te werken vanwege haar klachten, waaronder een gegeneraliseerde angststoornis.
De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden na onderzoek dat appellante met medicatie en ondanks haar klachten in staat was haar werk te verrichten. Het werk werd omschreven als staand, afwisselend met zitten en lopen, zonder bijzondere psychische belasting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV-besluit voldoende gemotiveerd was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de huisarts en psycholoog haar beperkingen onderschreven, maar de Centrale Raad vond deze informatie onvoldoende objectief om het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts te weerleggen. Er was geen aanleiding voor nader medisch onderzoek. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, omdat het UWV-besluit op een voldoende draagkrachtige motivering berustte.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geschikt is voor haar eigen werk en geen recht heeft op ziekengeld.