ECLI:NL:CRVB:2007:BA6386
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gedeeltelijke WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing
Appellant kreeg een gedeeltelijke WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%. Het UWV verklaarde het bezwaar van appellant tegen dit besluit ongegrond. De rechtbank bevestigde dit standpunt. Appellant stelde dat zijn belastbaarheid werd overschat, maar ondersteunde dit niet met medische gegevens.
De Raad stelde vast dat de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige adequaat rekening hadden gehouden met beperkingen en adviezen van behandelend artsen. De arbeidskundige grondslag werd in hoger beroep nader toegelicht met functies die binnen de belastbaarheid van appellant passen. De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende inzicht had gegeven in de arbeidskundige onderbouwing in eerste aanleg, waardoor het besluit strijdig was met artikel 7:12 Awb Pro.
De Raad vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand op grond van artikel 8:72 Awb Pro. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant voor zowel beroep als hoger beroep. Een verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat geen schade was aangetoond.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met de Awb, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.