ECLI:NL:CRVB:2007:BA6549
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van WAO-uitkering en mate van arbeidsongeschiktheid na herbeoordeling
Eiser 1, die sinds 1998 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt was verklaard, kreeg vanaf 1999 een WAO-uitkering. Na een proefplaatsing in 2003 en een herbeoordeling in 2004 concludeerde verweerder dat eiser 1 weer geschikt was voor zijn eigen werk als rechter, waarna de uitkering werd beëindigd.
Eiser 1 en eiser 2 maakten bezwaar tegen dit besluit, stellende dat eiser 1 vanwege concentratieproblemen en energieverlies slechts zes uur per dag kan werken en slechts eenvoudige zaken aankan. Uit medisch en arbeidskundig onderzoek bleek dat eiser 1 inderdaad beperkt was tot zes uur arbeid per dag, wat resulteerde in een praktische schatting van 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid.
De Raad concludeerde dat de aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en de praktische schatting van de arbeidsongeschiktheid juist waren en dat eiser 1 niet te kort was gedaan. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen de herziening van de WAO-uitkering worden ongegrond verklaard en de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 25 tot 35%.