ECLI:NL:CRVB:2007:BA6613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na incident op werk
Appellante was sinds 1997 werkzaam als telefoniste/typiste en werd in 2003 arbeidsongeschikt door zwangerschapsgerelateerde klachten. Na gedeeltelijke en later volledige hervatting van haar werkzaamheden, vond op 26 mei 2004 een incident plaats waarbij zij zich bedreigd voelde door een collega, waarvan zij aangifte deed. De werkgever concludeerde dat de aangifte ongegrond was en dat appellante overleg had moeten zoeken.
De arbeidsovereenkomst werd per 31 oktober 2004 ontbonden door de kantonrechter, waarna appellante een WW-uitkering aanvroeg. Het UWV weigerde de uitkering per besluit van 26 november 2004 blijvend geheel wegens verwijtbare werkloosheid, omdat appellante zich zodanig had gedragen dat zij de beëindiging van de dienstbetrekking had kunnen voorzien.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante onvoldoende actief had meegewerkt aan haar re-integratie en dat haar gedrag de relatie met de werkgever onder druk had gezet. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af, waarbij geen nieuwe argumenten zijn aangevoerd. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid wordt bevestigd.