ECLI:NL:CRVB:2007:BA6617
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning gedeeltelijke WAO-uitkering ondanks overschrijding redelijke termijn
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Assen waarin het besluit van het UWV werd bevestigd om appellant per 11 november 2002 een WAO-uitkering toe te kennen op basis van een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
De Raad nam de feiten en omstandigheden zoals vastgesteld door de rechtbank over en vond geen aanleiding om het besluit te vernietigen. De beperkingen van appellant waren naar behoren in acht genomen en de functies waarop de schatting was gebaseerd, waren passend. De door appellant aangevoerde problemen met autorijden waren niet relevant omdat de functies geen autorijden vereisten.
Ten aanzien van de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro oordeelde de Raad dat het bestuursorgaan verantwoordelijk was voor een termijnoverschrijding van 11 maanden. Hoewel dit een schending van het recht op een redelijke termijn vormde, was de overschrijding te gering om een schadevergoeding toe te kennen. De vordering tot schadevergoeding werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De toekenning van een gedeeltelijke WAO-uitkering wordt bevestigd en de vordering tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.