ECLI:NL:CRVB:2007:BA6638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Geen verwijtbare werkloosheid bij beëindiging dienstverband wegens autopech
Appellant trad per 29 maart 2004 in dienst bij een detacheerder in een functie voor bepaalde tijd met een proeftijd. De arbeidsovereenkomst werd op 5 april 2004 per direct opgezegd wegens herhaaldelijk te laat komen en het volledig afwezig zijn op die dag. Het UWV beëindigde daarop de WW-uitkering met ingang van 29 maart 2004 en weigerde herleving vanaf 5 april 2004 wegens verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat hij redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zijn gedrag tot beëindiging van het dienstverband zou leiden. In hoger beroep stelde appellant dat hij niet verwijtbaar werkloos was geworden, onder meer omdat hij op 5 april 2004 door autopech niet op tijd kon komen en hij tijdig had geprobeerd dit te melden.
De Raad oordeelde dat appellant voldoende had gedaan om zijn afwezigheid te melden, onder meer via e-mail, en dat hij niet hoefde te voorzien dat dit tot ontslag zou leiden. Ook het argument dat openbaar vervoer geen optie was vanwege het Joods paasfeest werd niet betwist door het UWV. Daarom was er onvoldoende feitelijke grondslag voor verwijtbare werkloosheid.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en droeg het UWV op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit van het UWV en draagt op tot een nieuw besluit, omdat appellant niet verwijtbaar werkloos is geworden.