ECLI:NL:CRVB:2007:BA6726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 5 november 2004, waarbij haar per 26 december 2002 een WAO-uitkering is geweigerd. De rechtbank Zutphen had dit beroep ongegrond verklaard. Appellante stelde dat haar beperkingen op meerdere punten waren onderschat en dat de functies van elektronicamonteur, bankmedewerker balie en bode, bezorger niet passend voor haar waren.
De Centrale Raad van Beroep heeft de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank, mede omdat appellante haar stellingen niet met medische stukken had onderbouwd. De rapportages van bezwaararbeidsdeskundige Van Rhee, inclusief een nadere toelichting van maart 2007, ondersteunen de conclusie dat de genoemde functies geschikt zijn voor appellante.
Uitgaande van de Functionele Mogelijkheden Lijst van 3 september 2002 blijkt dat appellante op de datum in geding niet volledig arbeidsongeschikt was en een mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% had. Hierdoor faalt het hoger beroep en wordt de weigering van de WAO-uitkering gehandhaafd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.