ECLI:NL:CRVB:2007:BA6730
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV van 21 april 2004, waarbij hem per 17 oktober 2003 een WAO-uitkering werd geweigerd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn klachten onvoldoende waren onderzocht, zijn beperkingen waren onderschat en de geselecteerde functies niet passend waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank deze grieven afdoende en gemotiveerd had besproken en dat de medische stukken geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. De rapportages van bezwaararbeidsdeskundige en verzekeringsarts bevestigden de geschiktheid van de geselecteerde functies. De stelling over onjuiste loongegevens faalde wegens gebrek aan onderbouwing.
De Raad concludeerde dat appellant op de datum in geding in staat was de functies te vervullen, wat resulteert in minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.