ECLI:NL:CRVB:2007:BA6899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onjuist opgegeven hoofdverblijf
Appellante ontving vanaf 1993 bijstand en gaf als hoofdverblijfadres een woning in [plaatsnaam 2] op. Na een telefonische tip startte de sociale recherche een onderzoek naar haar woonadres. Uit verhoren, observaties en gegevens over energie- en waterverbruik bleek dat appellante vanaf 2000 feitelijk bij haar vriend in [plaatsnaam] woonde.
Het College trok daarom de bijstand over 2000-2004 in en vorderde €75.864,46 terug. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Raad bevestigt deze uitspraak. Appellante stelde dat haar psychische gesteldheid haar verklaring beïnvloedde, maar de Raad vond geen aanwijzingen voor druk of problemen en achtte de oorspronkelijke verklaring betrouwbaar.
De Raad oordeelt dat het College terecht bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen op grond van de WWB en dat het terugvorderingsbeleid niet onredelijk is. Er waren geen bijzondere omstandigheden die afwijking rechtvaardigden. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens onjuist opgegeven hoofdverblijf.