ECLI:NL:CRVB:2007:BA6913
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.G. Treffers
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stopzetting bijzondere bijstand voor psychotherapeutische hulp
Appellante ontving sinds 1997 bijzondere bijstand voor psychotherapeutische hulp. De Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente Breda besloot in 2004 en 2005 de bijzondere bijstand te beperken en uiteindelijk stop te zetten, gebaseerd op adviezen van de GGD waarin werd gesteld dat geen medische indicatie bestond voor voortzetting van de bijzondere bijstand.
De rechtbank Breda vernietigde het besluit voor zover het de draagkrachtberekening betrof, maar verklaarde het beroep verder ongegrond. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank haar oordeel niet mocht baseren op een grondslag die het College niet aan het besluit had ten grondslag gelegd, en vernietigde daarom het vonnis voor zover aangevochten.
De Raad stelde vast dat de GGD-adviezen zorgvuldig waren en dat er geen aanwijzingen waren dat deze onjuist waren. Er was geen sprake van noodzakelijke kosten uit bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in artikel 35 WWB Pro, zodat na 1 april 2005 geen bijzondere bijstand meer kon worden verleend. De overgangsperiode tot 1 april 2005 werd als een redelijke afbouwregeling beschouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de proceskosten werden aan de gemeente opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot stopzetting van bijzondere bijstand voor psychotherapeutische hulp wordt ongegrond verklaard.