ECLI:NL:CRVB:2007:BA7013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering en hersteldverklaring Ziektewet na psychiatrisch onderzoek
Appellant, voormalig productiechef, werd na faillissement van zijn werkgever en ziekmelding wegens psychische klachten in 2001 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%.
Na een herbeoordeling door een neuroloog en verzekeringsarts concludeerde het UWV dat appellant geen ziekte of gebrek meer had en dat zijn arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%, waarna de WAO-uitkering per 21 juni 2004 werd ingetrokken. Appellant meldde zich vervolgens ziek vanuit werkloosheid, maar ook na onderzoek door verzekeringsarts Jansen en bezwaarverzekeringsarts Lenders werd vastgesteld dat er geen aanwijzingen waren voor verergering van zijn psychische klachten.
De rechtbanken verklaarden de beroepen van appellant tegen de intrekking en hersteldverklaring ongegrond, waarbij zij het medisch oordeel van de verzekeringsartsen onderschreven. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken bevestigd, ondanks een verklaring van een psychiater namens appellant, omdat de bezwaarverzekeringsarts deze verklaring onvoldoende onderbouwd achtte.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Raad concludeert dat appellant ten tijde van de besluiten niet arbeidsongeschikt was in de zin van de WAO en Ziektewet.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering en de hersteldverklaring in het kader van de Ziektewet worden bevestigd.