ECLI:NL:CRVB:2007:BA7133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-herbeoordeling met instandhouding rechtsgevolgen
Appellant, voormalig elektromonteur, viel in 1999 uit wegens nek- en armklachten en kreeg in 2000 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2003 werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 25-35%, gebaseerd op medische en arbeidskundige rapporten.
Appellant voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat hij meer beperkingen had, waaronder psychische beperkingen, en overlegde medische brieven ter onderbouwing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV pas in hoger beroep een adequate arbeidskundige toelichting gaf op overschrijdingen van functiebelastingen, waardoor het besluit onvoldoende gemotiveerd was.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar stelde vast dat de rechtsgevolgen van het besluit – de indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse 25-35% – terecht waren en in stand konden blijven. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.