ECLI:NL:CRVB:2007:BA7138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeschiktheid betrokkene voor WAO-functies en toekenning ziekengeld
Betrokkene, voormalig operator, ontving tot 18 februari 2003 een WAO-uitkering wegens psychische klachten. Na een herbeoordeling werd de arbeidsongeschiktheid verlaagd naar 15-25%. Op 10 juni 2003 meldde betrokkene zich ziek wegens overspannenheid, maar het UWV wees de Ziektewetuitkering af op basis van verzekeringsgeneeskundige beoordelingen.
De rechtbank Maastricht vernietigde dit besluit, mede op grond van een deskundigenrapport waarin werd vastgesteld dat betrokkene na het overlijden van zijn stiefvader waarschijnlijk depressief was en tijdelijk niet in staat om te werken. Het UWV ging in beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Raad achtte de deskundigenrapporten en aanvullende commentaren zorgvuldig en concludeerde dat betrokkene ten tijde van de ziekteperiode ongeschikt was voor de WAO-functies. Het beroep van het UWV werd ongegrond verklaard en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene ten tijde van 10 juni 2003 ongeschikt was voor de WAO-functies en veroordeelt het UWV tot betaling van proceskosten.