ECLI:NL:CRVB:2007:BA7139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid per 17 april 1997
Appellant was tot 11 april 1997 werkzaam als monteur/lasser en vertrok op 12 april 1997 naar Joegoslavië, waar zijn adres niet bekend was bij werkgever of UWV. Hij meldde zich op 17 april 1997 ziek, maar het arbeidscontract was toen al beëindigd. Het UWV weigerde ziekengeld omdat appellant niet ongeschikt werd geacht voor arbeid vanaf die datum.
Na eerdere procedures en aanvullend onderzoek, waaronder het opvragen van medische informatie bij artsen in Joegoslavië en het Universitair Medisch Centrum Utrecht, concludeerde de bezwaarverzekeringsarts dat appellant geen aantoonbare psychiatrische stoornis had op de datum in kwestie en dat zijn rugklachten niet zodanig waren dat hij niet kon werken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat de medische verklaringen van appellant uit Joegoslavië onvoldoende verifieerbaar waren en dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht. Ook het feit dat appellant zijn adres niet bekend maakte, waardoor verificatie van de ziekmelding niet mogelijk was, speelde een rol. De Raad achtte niet aannemelijk dat appellant op 17 april 1997 arbeidsongeschikt was en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld vanaf 17 april 1997 wegens onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid.