ECLI:NL:CRVB:2007:BA7144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt volledige arbeidsongeschiktheid betrokkene per 16 april 2003
Betrokkene meldde zich op 17 april 2002 wegens psychische klachten ziek voor haar werk als medewerkster huishouden. Pogingen tot reïntegratie mislukten. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, weigerde na 52 weken arbeidsongeschiktheid een WAO-uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Raad liet een onafhankelijke psychiater een deskundigenonderzoek uitvoeren. Deze concludeerde dat betrokkene sinds 16 april 2003 volledig arbeidsongeschikt was vanwege ernstige borderline problematiek en aanpassingsstoornissen.
De Raad volgde het oordeel van deze deskundige en verwierp het tegenrapport van de bezwaarverzekeringsarts. De Raad oordeelde dat appellant ten onrechte de WAO-uitkering had geweigerd en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, met verbetering van de motieven.
Daarnaast veroordeelde de Raad appellant tot betaling van proceskosten en griffierecht. Het geschil draaide vooral om de juiste medische beoordeling van de arbeidsongeschiktheid en de interpretatie van medische rapporten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep gegrond en bevestigt dat betrokkene vanaf 16 april 2003 volledig arbeidsongeschikt was, waardoor de weigering van de WAO-uitkering onterecht was.