ECLI:NL:CRVB:2007:BA7207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij aanvraag vrijstelling AWBZ
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin de afwijzing van zijn aanvraag om vrijstelling van de verzekeringsplicht op grond van de AWBZ werd gehandhaafd. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het na de wettelijke beroepstermijn was ingediend en geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij afhankelijk was van informatie van zijn werkgever voor het opstellen van het beroepschrift en dat hij door mededelingen van de Svb en zijn werkgever in de veronderstelling verkeerde dat de termijn later eindigde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat dit geen verschoonbare reden vormde voor de overschrijding.
De Raad benadrukte dat het de eigen verantwoordelijkheid van appellant is om de beroepstermijn in de gaten te houden en tijdig actie te ondernemen. Het contact met de rechtbank vond pas plaats na het verstrijken van de termijn. De Raad bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring en wees op de mogelijkheid om een nieuwe aanvraag in te dienen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons op 2 mei 2007.
Uitkomst: Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.