ECLI:NL:CRVB:2007:BA7210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- R.H. de Bock
- Rechtspraak.nl
Vervoersvoorziening rolstoeltaxi onvoldoende tegemoetkoming en onjuiste afwijzing bruikleenbus
Appellante, een meervoudig gehandicapte minderjarige, vroeg het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een vervoersvoorziening in de vorm van een bruikleenbus. Dit werd afgewezen omdat het College meende dat zij voldoende kon reizen met een rolstoeltaxi en aanvullende voorzieningen zoals een handbewogen rolstoel en een autozitje. Tot & Met adviseerde dat een bruikleenbus niet geïndiceerd was, maar wel een gedeeltelijke vergoeding voor rolstoeltaxivervoer.
Appellante maakte bezwaar tegen de afwijzing en de hoogte van de toegekende vergoeding. Tot & Met concludeerde dat zij niet met het openbaar vervoer of Stadsmobiel kon reizen, maar wel met een rolstoeltaxi onder begeleiding. Het College handhaafde het besluit en kende een tegemoetkoming toe van 50% van het normbedrag, wat lager was dan de maximale vergoeding.
De Raad oordeelde dat het College onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de maximale vergoeding van € 2.077 per jaar voldoende was om de benodigde afstand met een rolstoeltaxi af te leggen. Ook was appellante niet meer in staat om in de auto van haar ouders vervoerd te worden. De Raad vernietigde het besluit en beval het College binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de nieuwe omstandigheden en een hogere vergoeding toe te kennen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het College wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met een hogere tegemoetkoming voor rolstoeltaxivervoer.