ECLI:NL:CRVB:2007:BA7306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens intrekking WAO-uitkering en proceskostenvergoeding
Appellante stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 29 oktober 2002 in te trekken wegens vermeende arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd vanwege onvoldoende motivering en zorgvuldigheid van het UWV.
In hoger beroep heeft het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar genomen, waarbij het bezwaar van appellante volledig werd gehonoreerd en de uitkering onverkort werd voortgezet met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Hierdoor was het procesbelang van appellante in hoger beroep komen te vervallen.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de in hoger beroep gemaakte proceskosten van € 322,- en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 102,-.
De uitspraak werd gedaan door M.M. van der Kade, in aanwezigheid van griffier J.J.B. van der Putten, op 14 juni 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.