ECLI:NL:CRVB:2007:BA7320
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende confrontatie deskundigen in WAZ-uitkeringszaak
Appellant, voormalig directeur/grootaandeelhouder van een autobedrijf, viel uit wegens chronische lymfatische leukemie en vroeg een WAZ-uitkering aan. Het UWV weigerde deze omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt zou zijn na de wettelijke wachttijd. De rechtbank Almelo verklaarde het beroep ongegrond, gesteund op een deskundigenrapport en de visie van de bezwaarverzekeringsarts.
Appellant voerde hoger beroep aan tegen het oordeel over de medische grondslag, met name dat de ernstige vermoeidheidsklachten niet als direct gevolg van de ziekte werden erkend. Hij verwees naar een afwijkend medisch rapport van zijn behandelend internist/hematoloog/oncoloog, dr. Böcher.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank had nagelaten de door haar ingeschakelde deskundige te confronteren met het andersluidende rapport van Böcher. Hierdoor kon de rechtbank niet tot een definitief oordeel komen. Daarom vernietigde de Raad het vonnis en wees de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde behandeling.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant in hoger beroep en bepaalde dat het betaalde griffierecht werd vergoed. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Spaas en leden Rottier en van de Kerkhof op 12 juni 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank wegens onvoldoende confrontatie van deskundigen.