ECLI:NL:CRVB:2007:BA7369
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep bijstandsuitkering wegens ontbreken procesbelang
Appellante ontving sinds 6 mei 1998 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen had de bijstand over de periode van 1 januari tot en met 31 december 1998 herzien en een bedrag van €1.803,75 teruggevorderd wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit van 16 juli 2004 ongegrond voor het deel betreffende de periode van 6 mei tot en met 31 december 1998, maar vernietigde het besluit voor het overige. In hoger beroep richt appellante zich tegen de ongrondverklaring van haar beroep over die periode.
De Raad stelt echter vast dat het College inmiddels heeft besloten af te zien van de terugvordering en de ingehouden bedragen aan appellante heeft gerestitueerd. Hierdoor ontbreekt het appellante aan feitelijk belang bij het hoger beroep. Ook het mogelijke belang bij een beoordeling van de schending van de inlichtingenplicht wordt niet gevolgd, omdat eventuele maatregelen op dat punt via afzonderlijke rechtsmiddelen kunnen worden aangevochten.
Gelet hierop verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Het College wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.