ECLI:NL:CRVB:2007:BA7724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid en weigering herziening WAO-uitkering
Appellant ontving een WAO-uitkering die sinds 4 juni 2002 werd berekend op een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Het UWV trok deze uitkering per 17 februari 2003 in, stellende dat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank stelde vervolgens de arbeidsongeschiktheid vast op 15 tot 25% en verklaarde het beroep van appellant gegrond.
Appellant ging in hoger beroep tegen deze vaststelling en stelde dat zijn beperkingen werden onderschat. De Centrale Raad van Beroep liet een orthopedisch chirurg een medisch advies uitbrengen, die concludeerde dat de vastgestelde belastbaarheid correct was en dat appellant de functies kon vervullen die hem werden voorgehouden.
De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van dit oordeel of nader onderzoek te verrichten. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag ook geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 mei 2007, waarbij de aangevallen uitspraak van de rechtbank Maastricht werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 15 tot 25% en wijst het hoger beroep af.