Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2007:BA7726

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05/1773 NABW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:56 AwbArtikel 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen kennelijke niet-ontvankelijkheid hoger beroep; verwijzing griffierecht naar meervoudige kamer

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen, maar dit werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard. Appellant maakte hiertegen verzet.

De Raad oordeelt dat er geen sprake is van kennelijke niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep en dat de kwestie van het niet betalen van het griffierecht door een meervoudige kamer moet worden beoordeeld.

Daarom wordt het verzet gegrond verklaard, vervalt de eerdere uitspraak van de Raad en wordt het onderzoek voortgezet. De zaak wordt geagendeerd voor behandeling door een meervoudige kamer. Er zijn geen aanwijzingen voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de zaak wordt verwezen naar een meervoudige kamer voor verdere behandeling.

Uitspraak

05/1773 NABW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 3 februari 2005, 03/942 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen (hierna: College)
Datum uitspraak: 6 juni 2007
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 13 juli 2006 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 13 juli 2006 heeft appellant verzet gedaan.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 23 mei 2006, waar partijen, met voorafgaand bericht, niet zijn
II. OVERWEGINGEN
De Raad is, mede gelet op hetgeen appellant in verzet heeft aangevoerd, van oordeel dat in dit geval geen sprake is van kennelijke niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. De Raad acht het aangewezen dat een meervoudige kamer oordeelt over de kwestie van (het niet betalen van) het griffierecht.
In die omstandigheden dient het verzet gegrond te worden verklaard.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 13 juli 2006 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. De zaak zal worden geagendeerd voor een zitting van (een meervoudige kamer van) de Raad als bedoeld in artikel 8:56 van Pro de Awb en artikel 21 van Pro de Beroepswet.
Van kosten waarop een veroordeling in de proceskosten van het verzet betrekking kan hebben, is de Raad niet gebleken.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2007.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R.L. Rijnen.