ECLI:NL:CRVB:2007:BA7743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid en psychische klachten
Betrokkene ontvangt sinds 1978 een WAO-uitkering, laatstelijk berekend op 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid. Vanaf 25 augustus 1998 meldt hij zich vanuit Portugal toegenomen arbeidsongeschikt. Appellant weigert de uitkering te herzien omdat de toename van de arbeidsongeschiktheid naar zijn oordeel voortkomt uit een andere oorzaak dan het syndroom van Kallman.
De rechtbank verklaart het beroep van betrokkene gegrond en vernietigt het bestreden besluit, omdat appellant onvoldoende heeft onderzocht en gemotiveerd waarom de toegenomen arbeidsongeschiktheid niet samenhangt met het syndroom van Kallman. De Raad bevestigt deze uitspraak en overweegt dat de psychische klachten onderdeel zijn van een progressieve somatische aandoening.
Appellant brengt in hoger beroep geen nieuwe feiten aan. De Raad veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene en heft griffierecht. De uitkering wordt herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%, waarbij psychische klachten buiten de verzekering worden gelaten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.