ECLI:NL:CRVB:2007:BA7762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij herziening WAO-uitkering
Appellante ontving een herzieningsbesluit van het UWV waarin haar arbeidsongeschiktheid werd teruggebracht van 80-100% naar 45-55%. Zij maakte bezwaar na de wettelijke termijn van zes weken. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege de termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij het besluit te laat ontving door een verkeerde adressering en daardoor niet tijdig bezwaar kon maken.
De Raad stelde vast dat het besluit op de voorgeschreven wijze bekend was gemaakt en dat het bezwaar na zes weken was ingediend. Hoewel de toelichting bij het besluit ontbrak over de beperking van het aantal te werken uren en de theoretische basis van de functiebeschrijving, oordeelde de Raad dat dit geen reden was om het verzuim te verontschuldigen. Appellante had een voorlopig bezwaar kunnen indienen bij onduidelijkheid.
De Raad wees ook op eerdere gesprekken waarin duidelijk was gemaakt dat er geen urenbeperking gold en dat de schatting was gebaseerd op theoretische functies. De stelling van appellante dat haar arbeidsongeschiktheid overeenkwam met haar feitelijke werktijd werd niet ondersteund door haar eigen toelichting. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de herziening van de WAO-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.