ECLI:NL:CRVB:2007:BA7773
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, met Marokkaanse nationaliteit, ontving sinds 1988 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na terugkeer naar Marokko werd hij in 2001 medisch onderzocht door diverse specialisten in opdracht van het UWV. Op basis van deze onderzoeken stelde een verzekeringsarts een Functionele Mogelijkheden Lijst op, waarna een arbeidsdeskundige de arbeidsongeschiktheid op 15% schatte.
Het UWV trok de WAO-uitkering per 18 mei 2003 in. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond, stellende dat het besluit voldoende medisch en arbeidskundig was onderbouwd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij ook na 18 mei 2003 volledig arbeidsongeschikt was, onderbouwd met een medische verklaring van een arts uit Marokko en aanvullende verklaringen van zijn echtgenote. De Raad oordeelde dat deze verklaringen geen overtuigend bewijs vormden, mede omdat de verklaring niet op de juiste datum betrekking had en latere medische verklaringen geen nieuwe feiten toevoegden.
De Raad concludeerde dat de arbeidsdeskundige schatting en medische beoordeling toereikend waren en dat er voldoende passende functies voor appellant beschikbaar zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellant wordt bevestigd wegens onvoldoende medische en arbeidskundige onderbouwing voor arbeidsongeschiktheid.