ECLI:NL:CRVB:2007:BA7815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging WAO-uitkering wegens onvoldoende medisch onderzoek
Appellant ontving sinds 1987 een WAO-uitkering vanwege epilepsie en woonde van 1988 tot medio 2003 in Thailand. Het Uwv beëindigde de uitkering per 4 juni 2003 op basis van een medisch onderzoek uit 2001 door een arts die appellant onderzocht in Thailand. Appellant betwistte de zorgvuldigheid van dit onderzoek en vroeg om een onderzoek door een Nederlandse arts. De bezwaarverzekeringsarts baseerde zich op dossiergegevens en concludeerde dat appellant beperkt was in het werken aan een lopende band.
De arbeidsdeskundige selecteerde functies die appellant zou kunnen verrichten, maar na bezwaar werden enkele functies als ongeschikt beoordeeld en werd het arbeidsongeschiktheidspercentage aangepast. Het Uwv wijzigde het besluit en beëindigde de uitkering per 2 augustus 2004. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het bestreden besluit met instandhouding van de rechtsgevolgen.
De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek verouderd en onvoldoende is, mede omdat appellant niet door een Nederlandse arts is onderzocht ondanks zijn verzoek. Ook is de motivering waarom bepaalde functies passend zijn voor appellant onvoldoende, vooral gezien de aard van zijn epilepsie en de impact van absences op het productieproces. Het besluit is daarmee in strijd met artikel 3:2 en Pro 7:12 van de Awb. De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit op bezwaar. Tevens veroordeelt de Raad het Uwv in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende medisch onderzoek en motivering.