ECLI:NL:CRVB:2007:BA7821
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging bijstandsuitkering wegens verblijf buitenland met medische overmacht
Appellanten ontvingen een bijstandsuitkering volgens de WWB en meldden een vakantie in het buitenland van 4 juli tot 15 augustus 2005. Het College verleende toestemming voor verblijf tot 31 juli 2005, waarna de uitkering werd opgeschort wegens verblijf na deze datum. Appellanten keerden op 17 augustus terug en vroegen voortzetting van de bijstand. Het College weigerde bijstand over 1 tot 16 augustus en verlaagde de uitkering met 20% wegens niet-naleving van arbeidsverplichtingen.
Appellanten stelden dat zij vanwege medische redenen (schouderklachten) gedwongen waren langer te blijven en dat appellante niet kon solliciteren. De Raad oordeelde dat er geen acute noodsituatie was die verlenging van bijstand rechtvaardigde voor 1-16 augustus. Wel was de motivering voor verlaging over 17-31 augustus ondeugdelijk omdat het College onvoldoende had toegelicht welke arbeidsinspanningen verwacht werden, mede gezien de aanmelding bij Bureau Inburgering.
De Raad vernietigde het besluit voor zover het de verlaging betrof, verklaarde het beroep gegrond en beval het College een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de bijstandsuitkering wegens verblijf in het buitenland langer dan toegestaan wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen.