ECLI:NL:CRVB:2007:BA7831
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar, maar dit beroepschrift werd niet tijdig ingediend binnen de gestelde termijn, waardoor het niet-ontvankelijk werd verklaard door de Raad. Vervolgens deed appellante namens haar gemachtigde verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De Raad overwoog dat het verzet ongegrond is, omdat appellante door te wachten tot het einde van de beroepstermijn en het beroepschrift niet aangetekend te verzenden, een risico heeft genomen dat voor haar rekening moet blijven. De stelling dat het beroepschrift tijdig was verzonden op basis van een poststempel werd niet aanvaard.
Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door M.C. Bruning, in aanwezigheid van griffier J. Verrips, na een zitting waarbij appellante werd vertegenwoordigd door haar gemachtigde en het Uwv zich niet liet vertegenwoordigen.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.