ECLI:NL:CRVB:2007:BA8047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gedeeltelijke WAZ-uitkering na afdoende toelichting in hoger beroep
Appellant, een voormalig zelfstandig bloemenhandelaar die 60 uur per week werkte, vroeg in maart 2003 een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan bij het UWV. Na medisch en arbeidskundig onderzoek werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 35 tot 45% en werd hem een WAZ-uitkering toegekend per 31 maart 2002. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij medisch gezien niet in staat was de voorgestelde functies te vervullen. De Raad overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen objectief medisch waren vastgesteld. Er was geen aanleiding om aan de juistheid van de rapportages te twijfelen. De arbeidskundige onderbouwing was eveneens adequaat, waarbij vier Sbc-codes waren vervallen vanwege ontoelaatbare overschrijdingen of onvoldoende arbeidsplaatsen. De resterende functies waren passend en leidden tot een verlies aan verdiencapaciteit van 40%, passend bij de arbeidsongeschiktheidsklasse.
De Raad nam mee dat appellant niet meer voor een werkgever kan werken, maar dat dit niet meer ter beoordeling stond. Omdat pas in hoger beroep een afdoende toelichting op de geschiktheid voor de functies was gegeven, verklaarde de Raad het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.