ECLI:NL:CRVB:2007:BA8072
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering ondanks medische beperkingen appellant
Appellant, een voormalig zelfstandig pikeur/drafpaardentrainer, vroeg een WAZ-uitkering aan wegens vermeende volledige arbeidsongeschiktheid door chronische pijn en psychische klachten na blaaskanker en een ernstig auto-ongeval. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant geschikt werd geacht voor zijn eigen maatgevende arbeid in aangepaste vorm en omvang.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld. Appellant stelde dat zijn beperkingen waren onderschat en dat de rechtbank ten onrechte het oordeel van UWV-arts volgde zonder een onafhankelijk deskundige te raadplegen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant onvoldoende objectief-medische onderbouwing had geleverd voor de door hem gestelde ernstige beperkingen. De medische rapporten, waaronder die van een orthopedisch chirurg, onderschreven de beperkingen maar gaven aan dat rugsparende arbeid mogelijk bleef. De Raad zag geen reden voor nader onderzoek en bevestigde dat appellant geschikt was voor zijn aangepaste werkzaamheden van circa 12 uur per week.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de weigering van de WAZ-uitkering stand hield.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering omdat appellant geschikt wordt geacht voor zijn eigen maatgevende arbeid.