ECLI:NL:CRVB:2007:BA8097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid tot arbeid als taxichauffeur en veilingmedewerker
Appellant heeft zich ziek gemeld per 26 november 2002 en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV stelde bij besluiten van 19 augustus 2003 en 8 oktober 2004 dat appellant vanaf respectievelijk 18 augustus 2003 en 1 oktober 2003 geen recht meer had op ziekengeld, omdat hij niet langer ongeschikt was voor zijn werk als veilingmedewerker en taxichauffeur.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het UWV verklaarde deze ongegrond. De rechtbank ’s-Gravenhage bevestigde dit oordeel na het laten uitbrengen van een medisch rapport door een anesthesioloog, die concludeerde dat appellant lijdt aan migraineachtige hoofdpijn maar niet ongeschikt is om te werken.
In hoger beroep betwist appellant de deskundigheid van de medisch adviseur en de juistheid van diens oordeel. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het UWV van een juiste maatstaf van arbeid is uitgegaan en dat de medische beoordeling zorgvuldig is verricht, mede op basis van overleg met de huisarts en behandelend specialisten. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld vanaf 18 augustus 2003 wegens geschiktheid tot arbeid.