Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2007:BA8174

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/3688 ZFW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbZiekenfondswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens feitelijke mededeling betalingsachterstand zorgverzekering

Appellante maakte bezwaar tegen een brief van Zilveren Kruis waarin haar betalingsachterstand werd medegedeeld. De brief bevatte informatie over een openstaand bedrag en een deel dat was overgedragen aan een deurwaarder. Zilveren Kruis verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was, maar slechts een feitelijke mededeling.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de brief geen bestuursrechtelijk besluit is. Appellante stelde in hoger beroep dat zij recht had op wettelijke rente en verzocht om schadevergoeding. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de brief geen publiekrechtelijke rechtshandeling is en dat de invordering van het bedrag via de civiele rechter moet worden afgedwongen.

Het hoger beroep werd verworpen, de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.

Uitkomst: Bezwaar tegen brief over betalingsachterstand niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit is maar een feitelijke mededeling.

Uitspraak

06/3688 ZFW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 17 mei 2006, 05/2173 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellante
en
Zilveren Kruis Achmea Zorgverzekeringen N.V., als rechtsopvolgster van de onderlinge waarborgmaatschappij Zilveren Kruis Spaarnelandverzekeringen U.A., gevestigd te Rotterdam (hierna: Zilveren Kruis)
Datum uitspraak: 13 juni 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. J.T.F. van Berkel, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.
Zilveren Kruis heeft een verweerschrift ingediend en op verzoek van de Raad nadere stukken ingezonden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 mei 2007. Appellante is niet verschenen. Zilveren Kruis heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H. Kreeft, werkzaam bij Zilveren Kruis.
II. OVERWEGINGEN
Bij brief van 11 februari 2005 heeft Zilveren Kruis aan appellante medegedeeld dat haar betalingsachterstand tot en met februari 2005 € 1.196,53 bedraagt. Hiervan is een gedeelte overgedragen aan een deurwaarderskantoor. Uit de gedingstukken blijkt dat het bedrag, voor zover thans nog van belang, bestaat uit nominale premies voor de verzekering ingevolge de Ziekenfondswet (hierna: Zfw) en een schadevergoeding voor onrechtmatige inschrijving als ziekenfondsverzekerde.
Bij besluit van 15 april 2005 heeft Zilveren Kruis het bezwaar tegen de brief van 11 februari 2005 niet-ontvankelijk verklaard. Dit berust op het standpunt dat de brief van 11 februari 2005 geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, maar slechts een feitelijke mededeling inhoudt.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 11 februari 2005 ongegrond verklaard.
Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij heeft tevens verzocht Zilveren Kruis te veroordelen tot betaling van wettelijke rente.
De Raad is met de rechtbank en Zilveren Kruis van oordeel dat in de brief van 11 februari 2005 slechts mededeling wordt gedaan van - de hoogte van - bedragen waarvan de verschuldigdheid reeds eerder is vastgesteld, alsmede over de invordering daarvan.
Deze mededeling kan niet worden aangemerkt als (publiekrechtelijke) rechtshandeling, nu zij niet op enig rechtsgevolg is gericht. Terzake kan uitsluitend een vordering bij de burgerlijke rechter worden ingesteld.
Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Nu de aangevallen uitspraak zal worden bevestigd, is er voor een veroordeling tot schadevergoeding geen ruimte. Het verzoek daartoe van appellante dient daarom te worden afgewezen.
Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak;
Wijst het verzoek om veroordeling tot schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2007.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R.L. Rijnen.