ECLI:NL:CRVB:2007:BA8215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onterecht niet-ontvankelijkheid in WAO-uitkeringszaak
Appellante stelde hoger beroep in tegen de afwijzing van een WAO-uitkering voor haar overleden echtgenoot. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat niet was aangetoond dat de rechtverkrijgenden de procedure wilden voortzetten en omdat een originele verklaring van erfrecht ontbrak.
In hoger beroep overwoog de Centrale Raad van Beroep dat de rechtbank onterecht een machtiging van de erfgenamen van betrokkene verlangde van de advocaat, wat in strijd is met artikel 8:24 Awb Pro. Verder achtte de Raad voldoende aannemelijk dat appellante de enige erfgenaam is, mede op grond van overgelegde stukken zoals de 'Acte de Notoriété'.
De Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.