ECLI:NL:CRVB:2007:BA8234
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WUV-uitkering wegens ontbreken van vervolging tijdens Japanse bezetting
Appellant, geboren in 1935 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in augustus 2005 een WUV-uitkering aan als vervolgingsslachtoffer van de Japanse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij stelde dat hij met zijn moeder en broers en zussen op verschillende plaatsen in onderduik verbleef vanwege het Europese uiterlijk van zijn broer en zus.
De verweerster wees de aanvraag af omdat niet was gebleken dat appellant vervolging had ondergaan of dat hij maatregelen van de Japanse bezetter had ondergaan of vreesde op grond van ras, geloof, wereldbeschouwing of Europese afkomst. De Raad toetste dit en concludeerde dat er geen aanwijzingen waren voor systematisch onderduiken of dreiging van vrijheidsberoving. Appellant gaf zelf aan dat hij vanwege zijn donkere huidskleur ongehinderd buiten kon spelen en zijn moeder vrijelijk aan het openbare leven deelnam.
De Raad oordeelde dat het beroep ongegrond is en bevestigde het besluit tot afwijzing van de uitkering. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 juni 2007.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WUV-uitkering bevestigd.