ECLI:NL:CRVB:2007:BA8238
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn bevestigd
De appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. De appellant kwam hiertegen in verzet. De Raad heeft het verzet behandeld en geoordeeld dat het hoger beroep terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
De Raad stelde vast dat de aangevallen uitspraak op correcte wijze aan appellant was bekendgemaakt en dat de beroepstermijn op 2 september 2006 is gaan lopen, met als uiterste dag 13 oktober 2006. Het hoger beroepschrift werd echter pas op 26 oktober 2006 ontvangen, dus na het verstrijken van de termijn. De Raad vond geen gegronde reden om het verzuim van appellant te verontschuldigen.
Verder merkte de Raad op dat appellant weliswaar stelde de uitspraak niet te hebben ontvangen, maar deze stelling onvoldoende had onderbouwd. Bovendien had appellant een voorlopig beroepschrift kunnen indienen om de termijn te waarborgen. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bleef in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.