ECLI:NL:CRVB:2007:BA8240
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid intrekking hoger beroep wegens gezondheidsredenen
Appellante had beroep ingesteld tegen een besluit van de Raadskamer WUV inzake de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Vervolgens trok zij het beroep schriftelijk in, waarna zij later probeerde deze intrekking ongedaan te maken met het argument dat zij door een recente operatie lichamelijk en geestelijk niet in staat was belangrijke beslissingen te nemen.
De Raad heeft vastgesteld dat de intrekking door appellante bevoegd was gedaan en dat een intrekking na afloop van de beroepstermijn niet ongedaan kan worden gemaakt, tenzij sprake is van dwaling, dwang of bedrog. De Raad vond geen bewijs voor dergelijke omstandigheden en concludeerde dat de intrekking geldig blijft.
De Raad besloot het beroep te verklaren vervallen en wees een verzoek om proceskostenvergoeding af. Er werd geen inhoudelijke behandeling van het beroep verricht, omdat het geschil zich beperkte tot de vraag of het beroep nog aanhangig was.
De medische stukken toonden een recente hernia-operatie, maar boden onvoldoende grond om aan te nemen dat appellante niet in staat was haar wil te bepalen bij de intrekking. De uitspraak werd gedaan door A. Beuker-Tilstra op 21 juni 2007.
Uitkomst: Het beroep is verklaard vervallen omdat de intrekking bevoegd was en niet ongedaan kan worden gemaakt.