ECLI:NL:CRVB:2007:BA8263
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening berekening buitengewoon weduwepensioen wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad tot afwijzing van haar verzoek om herziening van het buitengewoon weduwepensioen, gebaseerd op het invaliditeitspercentage van haar overleden echtgenoot. Zij stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met psychische belasting door het verzet en de aanvraagprocedure.
De Raad oordeelde dat het verzoek kwalificeert als een herzieningsverzoek ingevolge artikel 42a van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, waarbij de bestuursinstantie discretionair bevoegd is een definitief besluit in het voordeel van de belanghebbende te herzien. De Raad toetst dit terughoudend en richt zich op de vraag of nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die een ander oordeel rechtvaardigen.
Appellante heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die het eerdere invaliditeitspercentage van 20% in een ander licht plaatsen. Daarom is het bestreden besluit in stand gebleven. Ook is geen grond gevonden voor vergoeding van proceskosten op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee het eerdere besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot herziening van het buitengewoon weduwepensioen wordt afgewezen.