ECLI:NL:CRVB:2007:BA8270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding na herziening en intrekking WAO-uitkering
Appellant, sinds 1982 ontvanger van een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%, kreeg deze uitkering ingetrokken na een herbeoordeling. Het Uwv herzag het besluit meerdere malen, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid fluctuaties vertoonde. Appellant trok zijn beroep in en verzocht om schadevergoeding en wettelijke rente over de na te betalen uitkering.
De rechtbank kende alleen de wettelijke rente toe en wees de schadevergoeding af omdat het verband tussen de beëindiging van het dienstverband en het bestuursbesluit onvoldoende was onderbouwd. Appellant beperkte zijn hoger beroep tot dit onderdeel.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank. Er is onvoldoende bewijs dat de beëindiging van het dienstverband direct voortvloeit uit het bestuursbesluit over de WAO-uitkering. Appellant bracht geen schriftelijke stukken in die het verband aantonen, en het is niet duidelijk of het dienstverband bij ongewijzigde voortzetting van de WAO-uitkering zou zijn voortgezet. Ook is niet aangetoond dat de werkgever het dienstverband niet op grond van de wettelijke opzegtermijn had kunnen beëindigen.
De Raad ziet geen aanleiding om het Uwv te veroordelen tot schadevergoeding en wijst het verzoek af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek tot schadevergoeding af wegens onvoldoende verband tussen de beëindiging van het dienstverband en de herziening van de WAO-uitkering.