ECLI:NL:CRVB:2007:BA8308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WAO-uitkeringsbesluit en proceskostenvergoeding
Appellante, voormalig accountmanager, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid na een verkeersongeval. De mate van arbeidsongeschiktheid werd meerdere malen herzien door het UWV, waarbij uiteindelijk een percentage van 65 tot 80% werd vastgesteld. Appellante betoogde dat zij meer beperkt was dan het UWV aannam en dat zij niet gedurende hele dagen kon werken, hetgeen door de rechtbank werd afgewezen.
In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep het oordeel dat appellante de geduide functies gedurende hele dagen kan verrichten en dat er geen sprake is van werken onder tijdsdruk. De medische rapporten van de neuroloog en psycholoog, opgesteld in het kader van een letselschadeprocedure, leidden niet tot een ander oordeel omdat zij niet waren gericht op de WAO-criteria.
Wel oordeelde de Raad dat het UWV de proceskosten van € 200,- voor het door appellante ingebrachte rapport van Van der Zwaag en de proceskosten in hoger beroep van € 644,- moet vergoeden. Daarnaast moet het UWV wettelijke rente over de nabetaling van de WAO-uitkering betalen. De rest van het hoger beroep werd afgewezen. Het griffierecht van € 103,- wordt eveneens door het UWV vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen behalve voor de proceskostenvergoeding en wettelijke rente die aan appellante worden toegekend.