ECLI:NL:CRVB:2007:BA8323
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing gelijkstelling met vervolgingsslachtoffers op grond van onvoldoende oorzakelijk verband
Appellante, geboren in 1943, verzocht om gelijkstelling met vervolgingsslachtoffers op grond van gezondheidsklachten die zij toeschrijft aan haar internering in kamp Westerbork tijdens de Duitse bezetting. De Pensioen- en Uitkeringsraad wees dit verzoek af omdat er geen ziekten of gebreken waren die verband hielden met oorlogsomstandigheden.
De Raad oordeelde dat niet is gebleken dat appellante vervolging in de zin van de Wet heeft ondergaan, aangezien woonwagenbewoners niet als vervolgd werden beschouwd. Hoewel het verblijf in Westerbork een omstandigheid is die met vervolging overeenkomt, is het korte verblijf onvoldoende om het verband met haar COPD en psychische klachten te onderbouwen.
Medische adviezen wezen op COPD veroorzaakt door langdurig roken en een cardiomyopathie, en niet op een oorzakelijk verband met het verblijf in Westerbork. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit zorgvuldig en gemotiveerd is genomen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar gelijkstelling met vervolgingsslachtoffers wordt ongegrond verklaard.