ECLI:NL:CRVB:2007:BA8357
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling invaliditeitspercentage bij militair dienstongeval en pijnklachten
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de staatssecretaris van Defensie om het invaliditeitspercentage voor een dienstongeval aan het linkerbeen niet te verhogen boven het reeds toegekende percentage, dat was vastgesteld volgens de WPC-schaal. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de pijnklachten en beperkingen zodanig waren toegenomen dat een invaliditeitspercentage vergelijkbaar met amputatie van het gehele linkerbeen meer passend zou zijn. Zowel medisch specialisten van de staatssecretaris als de BNMO bevestigden een verslechterde mobiliteit en toegenomen pijn, maar de Raad vond geen objectief bewijs voor een toename van beperkingen die een hogere waardering rechtvaardigen.
De Raad overwoog dat complicaties aan dezelfde extremiteit niet hoger mogen worden gewaardeerd dan het invaliditeitspercentage dat volgens de WPC aan amputatie van dat lichaamsdeel is verbonden, tenzij er medisch objectief vastgestelde aandoeningen elders zijn die extra beperkingen veroorzaken. Ook de waardering van pijnklachten werd niet onderschat geacht. De Raad wees verder op de emotionele impact van het ongeval, maar benadrukte dat de regelgeving slechts compensatie biedt voor medisch vastgestelde invaliditeit. De toegekende bijzondere invaliditeitsverhoging van 20% als smartengeld werd als passend beschouwd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit om het invaliditeitspercentage niet te verhogen.