ECLI:NL:CRVB:2007:BA8522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsvermogen
Appellant, werkzaam als veilingmedewerker, meldde zich in 1998 ziek met klachten aan de rechter schouder. Na toekenning van een WAO-uitkering in 1999 werd deze in 2004 ingetrokken na een herbeoordeling door verzekeringsarts Hofman en arbeidsdeskundig onderzoek. Hofman constateerde beperkingen door pijngedrag, maar geen onbruikbaarheid van de rechterarm, en de arbeidsdeskundige stelde vast dat er geen verlies aan verdienvermogen was.
Appellant voerde bezwaar aan met verwijzing naar psychische klachten en beperkingen aan arm en schouder, maar de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige bevestigden de eerdere bevindingen, inclusief aanpassing van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) vanwege psychische spanningsboog. De rechtbank Rotterdam vernietigde het bestreden besluit niet, oordeelde dat de medische onderbouwing toereikend was en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding tot ander oordeel. De Raad bevestigde het bestreden besluit en oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende waren om de intrekking van de WAO-uitkering te rechtvaardigen. Appellant beschikte niet over aanvullende relevante medische informatie.
De Raad zag geen reden om de aangevallen uitspraak te vernietigen en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellant wordt bevestigd.