ECLI:NL:CRVB:2007:BA8604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- H.J. Simon
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit WAO wegens onjuiste maatmaninkomensberekening
Appellante, uitgevallen voor haar werk als actrice wegens zwangerschap gerelateerde klachten, ontving vanaf 1997 een WAO-uitkering. Het UWV wijzigde de uitkering op grond van artikel 44 WAO Pro vanwege inkomsten die appellante nadien genoot, en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het uitblijven van tijdige beslissing niet-ontvankelijk en het beroep tegen het terugvorderingsbesluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV het maatmaninkomen onjuist had berekend door uit te gaan van een gemiddeld jaarinkomen over drie jaren voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid, terwijl haar inkomsten per maand varieerden. De Raad bevestigde dat bij wisselende maandinkomsten het maatmaninkomen op maandbasis moet worden vastgesteld, conform vaste rechtspraak.
De Raad oordeelde dat de situatie van appellante niet vergelijkbaar was met die van een zelfstandige, en dat het loon bij haar laatste werkgever in loondienst bepalend is voor het maatmaninkomen. Het UWV had ten onrechte het jaarinkomen gebruikt, waardoor de korting en terugvordering onjuist waren vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak voor zover het beroep ongegrond werd verklaard, en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het UWV-besluit tot terugvordering van WAO-uitkeringen wordt vernietigd wegens onjuiste berekening van het maatmaninkomen, en het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.