ECLI:NL:CRVB:2007:BA8882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep oordeelt over wachttijd en ziekteoorzaak bij weigering WAO-uitkering
Appellante had zich ziek gemeld bij het UWV wegens pijnklachten in haar onderbenen en kreeg na afloop van de wachttijd van 52 weken geen WAO-uitkering toegekend. Het UWV stelde dat de ziekmelding per 1 oktober 2003 niet uit dezelfde oorzaak voortkwam als de eerdere arbeidsongeschiktheid, waardoor een langere wachttijd van toepassing was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat sprake was van verschillende ziekteoorzaken. Appellante betwistte dit in hoger beroep en stelde dat de klachten in oktober 2003 voortvloeiden uit dezelfde aandoening als eerder, waarbij sprake was van een vertroebeld beeld door overlappende klachten.
De Raad oordeelde dat het UWV het bestreden besluit niet juist had gemotiveerd, waardoor het besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd. De Raad stelde echter vast dat er geen medische gegevens waren die een toename van de arbeidsbeperkingen per oktober 2003 aannemelijk maakten, zodat artikel 43a van de WAO niet van toepassing was.
Daarom werden de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten en het beroep gegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, maar het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.